Nieuwsbrief december 2017
Versnelde procedure bij foutloze aansprakelijkheid
Het is een oud zeer dat slachtoffers van massaschade (te) lang moeten wachten op enige vergoeding. Men denke aan de ramp tijdens de airshow in Oostende op 26 juni 1997 en de gasramp te Gellingen in 2004. In de eerste zaak werd pas een schadevergoeding toegekend in 2006, negen jaar na het ongeval. In de tweede zaak oordeelde de rechtbank in 2011 dat zij zich nog niet mocht uitspreken over de schadevergoeding, gezien er nog geen beslissing in de strafprocedure was.
De wet van 8 juni 2017, die een versnelling van de procedure betreffende bepaalde vormen van objectieve aansprakelijkheid beoogt, zou deze problemen moeten verhelpen. Voortaan hoeft de burgerlijke rechter niet meer te wachten op het eindresultaat van een strafonderzoek om een schadevergoeding toe te kennen. De nieuwe wet trad in werking op 1 juli 2017 en is onmiddellijk van toepassing op lopende procedures.
- Bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid
De versnelde procedure is enkel van toepassing op procedures waarin de vordering tot schadevergoeding gegrond is op foutloze of objectieve aansprakelijkheid (nieuw art. 1385quinquiesdecies Ger.W.).
De wetgever heeft de voorkeur gegeven om het toepassingsgebied op algemene wijze te omschrijven eerder dan een opsomming van de verschillende foutloze aansprakelijkheidsregels te geven. Door deze werkwijze zullen de nieuwe bepalingen ook van toepassing zijn wanneer de wetgever, de rechtspraak of de rechtsleer een nieuwe foutloze aansprakelijkheid in het leven roepen.
Een volledige lijst van foutloze aansprakelijkheidsregimes geven gaat het doel van huidige nieuwsbrief te buiten. Bij wijze van voorbeeld kunnen we de volgende aansprakelijkheidsregimes alvast vermelden die onder de nieuwe bepalingen vallen:
- de regeling van de zwakke weggebruiker (art. 29bis WAM);
- de regeling van de productaansprakelijkheid (wet van 25 februari 1991);
- de aansprakelijkheid bij brand en ontploffing in inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn (wet van 30 juli 1979);
- de aansprakelijkheid bij bodemverontreiniging (Vlaams decreet van 27 oktober 2006);
- de aansprakelijkheid van de bewaarder voor een gebrekkige zaak (art. 1384, eerste lid BW);
- burenhinder (art. 544 BW).
- Geen opschorting van de burgerlijke vordering
Een slachtoffer heeft de keuze om zijn vordering hetzij voor de burgerlijke rechter, hetzij voor de strafrechter in te stellen (zelfs tezelfdertijd). Zo bestaat het risico op tegenstrijdige beslissingen en dat bv. de strafrechter een inbreuk op een strafrechtelijke norm als bewezen verklaart (wat een fout in de zin van art. 1382 BW impliceert), terwijl de burgerlijke rechter in een afzonderlijke procedure van mening is dat er geen fout bewezen is door het slachtoffer.
Artikel 4 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering vermijdt tegenstrijdige beslissingen tussen de strafrechter en de burgerlijke rechter. Dit artikel bepaalt dat de burgerlijke vordering wordt geschorst totdat er een definitieve beslissing omtrent de strafvordering is (“le criminel tient le civiel en état”). In het Belgische recht wordt voorrang gegeven aan de beslissing van de strafrechter, gezien het een aangelegenheid van openbare orde betreft.
Wanneer de vordering echter gegrond is op een foutloze aansprakelijkheid, wordt voormeld artikel 4 buiten toepassing gelaten. Voortaan geldt de opschorting van de vordering voor de burgerlijke rechtbank niet meer voor vorderingen inzake foutloze aansprakelijkheid. Een lopende strafprocedure zal de behandeling van een burgerlijke procedure niet langer meer kunnen hinderen.
Dit is ook niet meer dan logisch. Bij een foutloze aansprakelijkheid is een discussie omtrent een fout of een misdrijf niet aan de orde bij de burgerlijke rechter. Anderzijds is de strafrechter niet bevoegd om te oordelen of aan de toepassingsvoorwaarden van de foutloze aansprakelijkheid voldaan is, want hij kan enkel schadevergoeding toekennen voor schade veroorzaakt door een misdrijf. Er is dan ook geen risico op tegenstrijdige beslissingen.
- Afzonderlijke behandeling
In de praktijk wordt de vordering tot het bekomen van een schadevergoeding veelal gestoeld op verschillende rechtsgronden.
Naast een foutloze aansprakelijkheid kan ook de gewone foutaansprakelijkheid (art. 1382 BW) worden ingeroepen.
Andere partijen kunnen bovendien in een lopende procedure tussenkomen en een vordering instellen tegen één of meerdere partijen. Tot slot kan ook de verwerende partij een tegenvordering instellen (bv. om een verdeling van aansprakelijkheid te bekomen). Wat is dan uiteindelijk het lot van de vordering(en) op grond van de foutloze aansprakelijkheid tussen al deze vorderingen?
Ook deze hypothese heeft de wetgever voorzien. In afwijking van de algemene regels van het gerechtelijk recht wordt de vordering op grond van de foutloze aansprakelijkheid afgesplitst van de andere vorderingen en behandeld wanneer deze in staat is.
De rechter kan niettemin hiervan afwijken en toch alle vorderingen gezamenlijk behandelen. Dit kan mits akkoord van de partijen of wanneer de rechtbank op gemotiveerde wijze vaststelt dat de gezamenlijke behandeling van een dergelijke vordering met een andere vordering noodzakelijk is voor de goede rechtsbedeling.
Voor verdere vragen kunt u steeds ons kantoor contacteren.
(De nieuwsbrieven van KONSILIO Advocaten zijn louter informatief en ten behoeve van het cliënteel. De inhoud ervan kan niet worden beschouwd als een volwaardig juridisch advies. Voor concrete vragen of informatie aangepast aan een persoonlijke situatie kunt u uiteraard ons kantoor bereiken.
Er wordt getracht om de informatie in de nieuwsbrieven zo actueel en volledig mogelijk te verstrekken. De informatie hierin kan echter achterhaald zijn door recente wijzigingen. KONSILIO Advocaten kan op generlei wijze aansprakelijk gesteld worden voor de juridische volledigheid van zijn nieuwsbrieven.)